|
|
|
Passerina amoena (Say,1823)
Orde :Passeriformes Familie :Cardinalidae Groep :Passerina Soort :Amoena Ondersoort :---------
Verklaring van de naam: De naam is afgeleid van het Latijnse “Lapis Lazuli” wat de naam is van een blauwe lazuursteen die de oude Grieken gebruikten om edelstenen te maken. De Latijnse soortnaam “amoena” betekent charmant, lieftallig, bekoorlijk, leuk om naar te kijken.
Beschrijving: Het 14 cm grote mannetjes is gemakkelijk aan zijn felblauwe kop en rug, de zachtbruine borst, de witte buik en en witte vleugelstreep te herkennen. Het iets kleinere popje is bruin gekleurd met een lichtere onderzijde en heeft twee witte (lichtbruine) vleugelstrepen. Soms is er verwarring met de pop van de indigovink. Bij deze laatste ontbreken echter de lichtbruine vleugelstrepen. Een onvolwassen man lijkt op een pop. Na de rui begint hij blauwe vlekjes te vertonen, een bruin-oranje borst en het kan tot 2 jaar duren eer hij zijn volwassen kleuren krijgt.
Herkomst: De Lazulivink broedt ten westen van de 100ste lengtegraad van Zuid-Canada tot Noord-Texas, Nieuw Mexico, Zuid-Californië en Baja Californië. Hij is een trekvogel en overwintert in Arizona en Mexico. Hij leeft in struikgewas langs rivieren, in weiden met onkruiden, in bosranden en soms ook in voorsteden. Al bij al blijft het een vrij schuwe vogel die zich terugtrekt in gebieden waar de mens niet veel komt.
Gedrag: De vogel zoekt op de grond of in bosjes naar zaden en insecten. Het mannetje brengt zijn tijd door, door op een hoge uitkijkpost te zingen om zijn territorium te verdedigen en vrouwtjes te lokken. De vrouwtjes komen een paar dagen tot twee weken later toe in de broedgebieden, kiezen een man en paren onmiddellijk. Daarna helpt het vrouwtje mee het territorium te verdedigen. In augustus verlaten ze de broedgebieden en trekken in grote groepen naar het uiterste zuidwesten van de V.S. en naar Mexico. Ze brengen de winter door, samen met Indigovinken en Mexicaanse Nonpareils.
Voortplanting in het wild: In een open nest in een struik worden 3-4 eitjes gelegd. De broedduur bedraagt ongeveer 11 dagen en na 10 dagen verlaten de jongen (die nog niet kunnen vliegen) het nest. Er zijn 2 tot 3 legrondes. De jongen worden uitsluitend met insecten gevoed. In het wild komen spontane kruisingen met de Indigovink voor.
Kweek in gevangenschap: Lazulivinken worden best per koppel gehuisvest. Andere vogels erbij kan maar dan zeker geen andere Passerinas. De mannen zijn in het wild territoriaal en gedragen zich in onze volières eveneens zo. Ze kunnen gekweekt worden in kweekboxen van bv. 1 op 2 op 2 meter maar kleiner kan ook, kwestie van ze tijdig te laten wennen aan de omgeving waarin je ze wil kweken. In grote volières met bv. Afrikaanse en Australische prachtvinken zullen ze ook gaan kweken, als het maar niet te druk is. Hou ze best niet samen met kanaries en inlandse vinken, de mannen zullen aan het vechten gaan en van broeden komt dan weinig in huis. Als voorbereiding op de kweek kan je het dierlijk voedsel opdrijven. Diepgevroren voedsel is zeker OK maar combineer dit met levend voedsel, hun jongen zullen ze vooral hiermee voeden. In de handel zijn additieven te koop die je aan de meelwormen en buffalowormen kan geven zodat de voedingswaarde verhoogt. Probeer zoveel mogelijk variatie aan insecten te geven, vang ze desnoods zelf met een net of een insectenvanger of ga op zoek naar bladluizen en spinnen in de tuin. Wees voorzichtig met rupsen daar deze giftig kunnen zijn. Indien de insecten kunnen wegvliegen, plaats ze dan gedurende enkele minuten in de diepvries zodat ze verdoofd zijn. Ze bouwen een nest in rieten nestmandjes en gebruiken hiervoor vooral sisal en cocosvezel. Plaats nestmanjes op verschillende hoogtes (tussen 1 en 2 meter, als dit kan) in de volière. Je biedt hen best een beetje variatie voor de nestbouw aan zoals gras, papiersnippers, dierenhaar, watten, … dan hebben ze de keus. Soms bouwen ze een nest in een lage struik (spar, bamboe) als het een beplantte volière betreft. Het nest bestaande uit 3 tot 5 eitjes wordt gedurende 12 dagen uitsluiten door de pop bebroedt. De jongen worden met levend voedsel door de pop en man gevoed. Pas op met meelwormen en geef indien mogelijk enkel de witte, vervelde. Een teveel aan meelwormen kan opgezwollen buikjes en de dood veroorzaken. Op dag 5 kunnen ze geringd worden met een ring van 2.7 mm, wacht niet te lang want ze groeien zeer snel. Na 10 dagen verlaten de jongen die nog niet kunnen vliegen het nest. Ze worden dan nog gedurende een drietal weken door de ouders gevoed. In die periode biedt ik ze trosgierst aan, eenmaal ze die zelfstandig kunnen eten mogen ze uitgevangen worden.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||