|
|
|
Passerina ciris ciris (Linnaeus, 1758)
Orde :Passeriformes Familie :Cardinalidae Groep :Passerina Soort :Ciris Ondersoort :Pallidor
Verklaring van de naam: De naam komt uit een mythe waarin een mens transformeert in deze vogel. Nonpareil is Frans en betekent “zoals geen ander” of “heeft geen gelijke” wat verwijst naar de kleurenpracht.
Beschrijving: Het 13 tot 14 cm grote mannetje is op zijn kop (indigo)blauw en heeft een rode oogrand. De rug is fel groen, dit gaat over naar donkergroene tot zwarte vleugels en staart. De buik is felrood. In gevangenschap en bij onvoldoende levend voer wordt de borst oranje tot geel. Het popje is op haar kop, nek en rug limoengroen. Keel en buik zijn geelgroen. Een onvolwassen man lijkt op een pop. Na de (tweede) rui begint hij blauwe vlekjes op de kop en rode vlekjes op de borst te vertonen maar het kan tot 2 jaar duren eer hij zijn volwassen kleuren krijgt. Om het geslacht van jonge vogels te bepalen plukken sommige kwekers een paar veertjes van de borst. Als de nieuwe veren rood kleuren dan is het zeker een man, als ze groen blijven zou het wel eens een pop kunnen zijn. Dit laatste is niet zeker daar de vogel de volgende rui toch een man kan blijken te zijn. Bijgevolg is er dikwijls ontgoocheling als het aangekochte koppel niet wil kweken en het jaar erop twee mannen blijken te zijn. Of erger, als de mannen vechten tot er één dood is.
Herkomst: De Mexicaanse Nonpareil broedt in het Zuid-Oosten van de USA en in het Noord-Oosten van Mexico. Het is een trekvogel die overwintert op de Bahama’s, Jamaika en in Midden-Amerika. Oorspronkelijk kwam hij voornamelijk voor in bosgebieden en lichte bossen. Tegenwoordig is het een cultuurvolger die leeft in fruitplantages, parken en tuinen, langs wegen met lage struiken en in landbouwgebieden. Hij is regelmatig terug te vinden op voedertafels in de steden.
Gedrag: De Mexicaanse Nonpareil is tamelijk schuw, zingende mannetjes zijn echter gemakkelijker te observeren. Hij ‘foerageert’ dicht bij de grond waar hij naar voedsel zoekt in de lage plantengroei. Hij leeft vooral van zaden maar ook van insecten en larven. De zang van de man heeft veel variatie, hij laat ze ook s’nachts horen. Hij verdedigt er zijn territorium mee en houdt contact met soortgenoten om elkaar te verwittigen als er iets niet in orde is. In augustus verlaten ze de broedgebieden en trekken in grote groepen naar Midden-Amerika (van Mexico tot Costa Rica, op Cuba en het Zuiden van Florida). Ze brengen de winter door, samen met Indigo- en Lazulivinken.
Voortplanting in het wild: Het broedseizoen start begin mei en gaat door tot eind juli. In de paartijd blijft het mannetje in zijn territorium en verdedigt dit erg agressief tegen soortgenoten. Het nest, bestaande uit takjes, bladeren en gras wordt in een kleine boom of struik gebouwd en met zachte plantenbestanddelen en dierenhaar bekleed. Het vrouwtje bebroedt de 3-4 eitjes gedurende 12 dagen. 10 dagen later verlaten de jongen (die nog niet kunnen vliegen) het nest. Er zijn 2 tot 3 legrondes. De jongen worden uitsluitend met insecten gevoed.
Kweek in gevangenschap: Mexicaanse Nonpareils worden best per koppel gehuisvest. Plaats nooit twee mannen samen tijdens het broedseizoen. Ze worden gekweekt in kweekboxen van bv. 1 op 2 op 2 meter (of groter), kleinere kooien of kweekboxen kunnen problemen geven daar ze soms zeer agressief tegenover elkaar kunnen zijn, de mannen tegenover de poppen maar ook omgekeerd. Eenmaal de pop aan het nestelen gaat kan het gebeuren dat ze de man niet meer in de buurt van het nest verdraagt. Dit is echter geen algemene regel, er zijn kwekers die ze kweken in kweekbakken van 40 op 40 op 80 cm. In grote volières met bv. Afrikaanse en Australische prachtvinken zullen ze ook gaan kweken, als het maar niet te druk is. Hou ze best niet samen met kanaries en inlandse vinken, de mannen kunnen aan het vechten gaan. Eveneens dit is geen algemene regel. Een artikel maakt melding van Mexicaanse Nonpareils en Distelvinken die in een grote beplantte volière op een halve meter van elkaar nestelden, waarbij de Mexicaanse Nonpareils de jonge Distelvinken hielpen meevoeren. Mexicaanse Nonpareils zijn plichtsgetrouwe ouders die soms als pleegouder voor bv. de Regenboogvink ingezet worden. Als voorbereiding op de kweek kan je het dierlijk voedsel opdrijven. Hoe meer variatie, hoe beter. Altijd oppassen met meelwormen, de huidresten kunnen aan de ingewanden blijven plakken met ongezonde vogels of dode jongen als gevolg. Insecten die ze goed opnemen zijn: buffalo wormen (diepgevroren en levend), pinkies, meelwormen (best de witte, vervelde), larven van wasmotten, krekels, morio wormen. Met buffalo wormen is het ook een beetje oppassen geblazen, dit zijn de larven van de schimmeltor en kunnen schimmels bevatten, geef ze daarom een paar dagen droog brood vooraleer ze te voeren aan de vogels. Zoals bij de andere passerinas nestelen ze in nestmandjes die best op verschillende hoogtes aangebracht worden. Als ze de kans hebben nestelen ze ook in een struik of in bamboe en kan het nodig zijn het nest met wat draad te verstevigen zodat het niet loskomt. Als je merkt dat ze op een bepaalde plaats in een struik een nest proberen te bouwen en het niet lukt (omdat er bv. op die plaats te weinig takken zijn), hang dan een nestmandje op die plaats, de kans is groot dat ze na een paar dagen op die plaats aan het nestelen zijn. Het nest bestaande uit 3 tot 5 eitjes wordt gedurende 12 dagen uitsluiten door de pop bebroedt. De jongen worden met levend voedsel door de pop en man gevoed. Op dag 5 kunnen ze geringd worden met een ring van 2.7 mm. Na 10 dagen verlaten de jongen die nog niet kunnen vliegen het nest. Ze worden dan nog gedurende een drietal weken door de ouders gevoed. In die periode kan je ze trosgierst aanbieden, eenmaal ze die zelfstandig kunnen eten mogen ze uitgevangen worden. De mannen verliezen meestal hun felrode kleur in gevangenschap. Dit is minder het geval indien de vogels beschikken over een beplantte volière waarin ze insecten kunnen vinden. Wil je de dieprode kleur terug, voeg dan gedurende de rui een beetje rode kleurstof voor kanaries (op basis van canthaxanthine) toe aan het drinkwater, niet te veel (de helft van wat aanbevolen wordt voor rode kanaries) en niet te lang (om de 2 dagen gedurende de rui). Anders kleuren de popjes eveneens rood wat niet de bedoeling is. Anderzijds is deze stof niet zo goed voor de lever. Andere en gezondere ‘roodmakers’ zijn wortelen, paprika, vogelmuur en spirulina. Dit laatste is een gedroogde alg die veel beta caroteen bevat en naast de rode kleur eveneens de weerstand en vruchtbaarheid van de vogel verbetert.
Kweekverslag
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||