|
|
|
Passerina cyanea (Linnaeus, 1766)
Orde :Passeriformes Familie :Cardinalidae Groep :Passerina Soort :Cyanea Ondersoort :---------
Verklaring van de naam: De naam is afgeleid van de indigo (cyaan) kleur van de man.
Beschrijving: Bij de 14 cm grote Indigovink zijn beide geslachten verschillend getekend. Tijdens het broedseizoen heeft het blauw gekleurde mannetje een donkere staart, donkere, blauwgerande vleugelpennen en een zwarte band op zijn schouder. Tijdens zijn rustperiode (buiten de broed) is hij bruin met blauwgekleurde veertjes, een witcreme buik en witte onderstaartveren. Het popje heeft een bruin verenpak met een fijn gestreepte borst en lichtbruine vleugelstrepen. Oudere popjes vertonen blauwe vlekjes waardoor ze soms verward worden met een jonge man. Een jonge man heeft hetzelfde verenkleed als een pop. Dikwijls is er verwarring tussen de pop van de Indigo en Lazuli vink. Bij de Indigo vink is de witte (lichtbruine) band op de veren korter en minder benadrukt dan bij de Lazuli vink.
Herkomst: In de zomer vindt men de Indigovink in het zuidoosten van Canada en het Oosten van de USA. Hij overwintert in de Caribean en Midden-Amerika.
Gedrag: De Indigovink zoekt op de grond in struiken en bosjes naar zaden, knoppen, bessen, insecten en spinnen. Na de broedtijd trekt hij, vooral 's nachts, in grote zwermen naar het zuiden en oriënteert zich daarbij op de sterren. Daar hij in gevangenschap niet kan migreren vertoont hij in die periode onrustig gedrag en is hij soms gedesoriënteerd als hij de sterren niet kan zien.
Voortplanting in het wild: Het komvormig nest wordt van bladeren, takjes en grassen gemaakt. Meestal dicht op de grond of in kleine boompjes en struiken. Met dunne plantenresten, veren en dierenharen wordt het nest bekleed. De 3-4 bleekblauwe eitjes worden door de pop bebroedt. In het wild komen spontane kruisingen met de Lazulivink voor.
Kweek in gevangenschap: De indigovink wordt gekweekt in voličres maar ook in kleinere kweekkooien. Je houdt ze best per koppel maar kweekresultaten in gemeenschapsvoličres kunnen eveneens bekomen worden op voorwaarde dat er geen andere Passerina's of verwante vogels aanwezig zijn. Ze bouwen een komvormig nest in een rieten nestmandje of in een struik. De 3 tot 4 eitjes zijn lichtblauw tot wit van kleur en worden gedurende 12 dagen door de pop bebroedt. De jongen verlaten het nest na 10 dagen en worden nog gedurende een drietal weken door beide ouders gevoed. Tot enkele jaren terug was de Indigovink de bekendste en meest gekweekte Passerina.
|